Ontstaan van leven uit oersoep - 1


Wetenschappers denken dat zon vier miljard jaar geleden de omstandigheden zodanig waren dat leven op aarde kon ontstaan. De temperatuur was niet extreem en bliksemschichten schoten door de oeratmosfeer, die bestond uit gassen als ammoniak, methaan, waterdamp, stikstof, koolstofdioxide en waterstofsulfide. Er waren ondiepe waterpoelen met daarin grote concentraties aan mineralen. Ultraviolet licht kon vrijwel onbelemmerd het aardoppervlak bereiken, omdat er nog geen ozonlaag bestond (er was nog geen zuurstof).

Men denkt dat in de oersoep, het oorspronkelijke levenloze mengsel van gassen en vloeistoffen, de eerste organische stoffen zijn ontstaan. De afwezigheid van zuurstofmoleculen is daarbij cruciaal; de organische stoffen zouden door zuurstof namelijk onmiddellijk geoxideerd zijn en niet verder zijn ontwikkeld.

De energie die voor de synthese van moleculen nodig is, werd geleverd door de zon en door elektrische ontladingen tijdens onweer. Stanley Miller en Harald Urey hebben in 1953 deze oeromstandigheden experimenteel nagebootst. Binnen enkele dagen ontstonden nieuwe gasvormige moleculen, zoals N2 en CO2, maar ook allerlei organische zuren zoals aminozuren.